interview
Over de tong: de samenwerking tussen tandarts en osteopaat

Bij Osteopaat Vlaanderen houden we van een mooi multidisciplinair verhaal. Zeker als minder voor de hand liggende disciplines elkaar vinden. En samen piepjonge patiëntjes en hun ouders kunnen ondersteunen. Kijk maar naar tandarts Hanne Pellens. Samen met de osteopaat en de vroedvrouw helpt ze baby’s met het ‘tongbandje’ (tongfrenulum). We voelen haar aan de tand over kaakontwikkeling, tongbandjes en de wisselwerking met osteopathie.

Hanne Pellens is geen prototypische tandarts: ze houdt namelijk van een brede blik. “Ik ben niet de standaard tandarts. Al van bij mijn afstuderen was ik gefascineerd door de relatie tussen mond én de rest van het lichaam”, vertelt Hanne. Ze specialiseerde zich in het kaakstelsel, TMD (temporomandibulaire dysfunctie, red.) én in slaapgeneeskunde met orale apparaattherapie (MRA). Daarnaast is ze consultant in het UZA (Universitair Ziekenhuis Antwerpen) en bouwde ze een praktijk uit waar baby’s, kinderen en volwassenen terechtkunnen voor onder meer onderzoek en behandeling van orale restricties.

“Ik ben niet de standaard tandarts. Al van bij mijn afstuderen was ik gefascineerd door de relatie tussen mond en de rest van het lichaam.”
– Hanne Pellens

De tong zet de toon: groei & luchtweg

Dat de tong een essentiële rol speelt, weet Hanne als geen ander. Ze legt ook enthousiast uit waarom en hoe. “Een goed functionerende tong rust hoog tegen het gehemelte. Dat stimuleert brede kaakgroei en ondersteunt de bovenste luchtweg: de bovenkaak vormt de “vloer” van de neusholte. Chronische mondademhaling, zwakke kauwspieren en een smalle bovenkaak gaan vaker samen met luchtwegproblemen, vermoeidheid en verstoorde slaap.” De kaak is de luchtweg. Als de bovenkaak te smal is, wordt de neustoegang smal. Een goede groei houdt de luchtweg open, zowel overdag als ’s nachts. “Bij jonge kinderen kan orthodontie nog verbredend bijsturen, steeds gekoppeld aan OMFT (oro-myofunctionele therapie, red.) en osteopathie, waar aangewezen.

Drie doelgroepen, één rode draad: het hele lichaam telt

Hanne ziet drie grote groepen in haar praktijk: baby’s, kinderen en volwassenen. In elk traject speelt de samenwerking met de osteopaat een cruciale rol. Hanne: “Osteopaten hebben in mijn ogen enorm veel kennis. Ze werken met fascia, kijken holistisch en kunnen vaak klachten oplossen waar anderen niet meteen bij raken.” De tandem tandarts-osteopaat levert zo mooiere resultaten op door de wisselwerking tussen beide disciplines.

Baby’s komen vooral met voedingsmoeilijkheden, onrust of refluxachtige klachten. De instroom gebeurt via vroedvrouwen, pediaters, logopedisten en steeds vaker via osteopaten die een orofaciale affiniteit hebben. “Het domein is relatief jong, de literatuur neemt pas de voorbije 8 à 9 jaar echt vaart, maar de klinische ervaringen stapelen zich op”, legt Hanne uit.

Bij kinderen staan neusademhaling, OMFT en spraakkwesties centraal. Logopedisten en osteopaten werken samen rond het balanceren en versterken van de orofaciale musculatuur, zodat groei en tandboogontwikkeling de juiste richting uitgaan.

Volwassenen presenteren zich vaak met TMD-klachten, hoofdpijn, nek- en schouderpijn of aanhoudende spanningen in het hoofd-halsgebied. “Ik was in het begin sceptisch. Maar na een ingreep gekoppeld aan een osteopathische behandeling kom ik patiënten 6, 8, 9 maanden later tegen die zeggen: ‘Ik heb bijna geen klachten meer.’” Kortom: het loont om multidisciplinair te gaan werken.

 

Wisselwerking met osteopathie

Hoe kwam Hanne dan de osteopaat op het spoor? De brug ontstond via casuïstiek rond TMD en door opleidingen in binnen- en buitenland. Hanne keek mee met collega‑osteopaten en volgde zelfs opleiding om elkaars jargon en terminologie beter te begrijpen. Hanne legt uit: “In mijn universitaire opleiding werd osteopathie weggezet als ‘alternatief’. En dat is erg jammer. Met een open blik zie je wat osteopaten klinisch kunnen betekenen. Sterker nog: ik zie het elke dag in de praktijk.”

Noem Hanne trouwens gerust een ambassadeur voor osteopathie en multidisciplinaire samenwerking. Dankzij haar ervaringen, wisselwerking en resultaten draagt ze de boodschap graag uit. Zo geeft ze intussen lezingen aan tandartsen en doet ze dat geregeld samen met een osteopaat. “We noemen de osteopaat graag een sleutelfiguur. Dat is ook een boodschap die ik meegeef: als tandartsen breder naar het lichaam willen kijken, gaat er een wereld open.” Eentje die voor de patiënt een groot verschil kan maken. Bijvoorbeeld voor baby’s met een te strak tongbandje.

Het tongfrenulum bij baby’s

Vanwaar dan de interesse voor het tongfrenulum? Die interesse begon thuis, bij haar eigen zoontje wanneer hij een baby was. Een vroedvrouw merkte een restrictief tongfrenulum op. Na behandeling veranderde er “dag en nacht” iets in drinken en slapen. Het triggerde jaren van bijscholing, ook in de VS, en vooral: structurele samenwerking met osteopaten.

Hanne start met haar team steeds met een functioneel onderzoek. Drinkgedrag aan borst of fles, oraal-motoriek, reflexen en een visuele beoordeling van het frenulum. Belangrijk in haar aanpak: eerst naar de osteopaat. Hanne: “Bij baby’s hebben we het intussen als eis: eerst osteopathie. Osteopaten kunnen vaak al veel verbeteren. Denk maar aan drinktechniek, faciale spanning, bewegingsrestricties. Pas als we blijven vastlopen, bekijken we een ingreep.”

Doorheen elk traject werkt Hanne nauw samen met vroedvrouwen en (pre-)logopedisten (OMFT, drinktechniek) en, waar nodig, met orthodontisten en voedingsdeskundigen wanneer er sensorische of motorische eetproblemen spelen. De terugkoppeling verloopt doorgaans via de ouders; bij complexere dossiers zoekt ze rechtstreeks afstemming met de betrokken osteopaat of therapeut.

“We zeggen het tijdens één consultatie soms drie keer: leg je osteopathie‑afspraak vast. Het werkt echt beter als we het samen doen.”

– Hanne Pellens

Als het klinisch beeld klopt, een restrictief frenulum én verstoorde functie, bespreekt Hanne met de ouders een ingreep voor het tongbandje (en soms bovenlipbandje / bovenlipfrenulum). Op basis van de input van de osteopaat en na overleg met ouders en collega-zorgverstrekkers. Hanne benadrukt dat het belangrijk is om de ouders duidelijk te informeren over de ingreep. “Het ingreepje zelf duurt maar enkele seconden. En we verdoven altijd. Het niet verdoven vind ik persoonlijk niet ethisch”, legt Hanne uit. Ze werkt met een CO₂-laser, waarna de baby meteen terug naar de ouders gaat en aanlegt of drinkt. Vaak is er al snel verschil merkbaar: krachtigere aanhap, minder pijn bij borstvoeding, grotere mondopening.

Cruciaal in het traject is de nazorg. En die vraagt wel wat: de wondzorg is intensief. Ouders moeten samen oefeningen doen met een behoorlijke frequentie. Initieel werd geadviseerd om zes tot acht keer per dag te oefenen. Maar ondertussen is het advies om drie keer per dag te oefenen. Hanne: “Drie keer per dag ongeveer een minuut: dat is haalbaarder, al blijft het pittig. We bereiden ouders hier heel eerlijk op voor en plannen ook uitstel als de draagkracht tijdelijk te laag is.”

Het resultaat? De meeste baby’s tonen binnen één à twee weken duidelijke vooruitgang. Sommigen hebben wat langer nodig: het varieert uiteraard afhankelijk van de baby. Elke lichaampje is uiteraard anders.

Functie eerst aanpak: win-win voor iedereen

Hanne Pellens bouwde haar aanpak uit rond functie eerst, met de osteopaat als vaste partner. Het resultaat is een traject dat baby’s, kinderen en volwassenen niet reduceert tot ‘tanden’ of ‘kaak’, maar het lichaam als geheel meeneemt. “We kunnen alleen maar van elkaar leren. Die interactie tandarts, osteopaat, vroedvrouw, logopedist maakt de zorg beter voor elke patiënt,” beklemtoont Hanne. #samennaardepatient dus, een credo dat elke zorgverstrekker als muziek in de oren zal klinken.

Tips voor ouders en doorverwijzers

  • Twijfel je aan een tongriemprobleem bij een baby? Laat eerst een osteopaat met orofaciale affiniteit mee beoordelen en plan een functionele intake.
  • Verwacht nazorg: drie korte oefenmomenten per dag gedurende de eerste weken. Het is doenbaar, maar vergt organisatie.
  • Let op ademgewoontes: stimuleer neusademhaling, voldoende kauwbelasting en een tongpositie tegen het gehemelte.
  • Bij kinderen tussen 6 en 8 jaar: tijdig screenen op smalle bovenkaak en mondademhaling; OMFT en waar nodig verbredende orthodontie meenemen.
  • Bij aanhoudende TMD/hoofdpijn/nekpijn: overweeg evaluatie van tongfunctie en (rest)restricties, in samenwerking met een osteopaat.

Osteopaat Vlaanderen dankt Hanne Pellens voor haar tijd, enthousiasme en het interview.

Doelgroep
Multidisciplinariteit
Zuigelingen, Peuters en Kleuters
Lichaamsregio
Neus, keel en oor
Diversen
Osteopaat Vlaanderen